Call us

  TREC

Dressuur en jumping zijn alomgekende disciplines in de paardensport, maar ken jij de discipline TREC? Bij TREC worden de trektochtvaardigheden van paarden en ruiters in competitieve vorm getest. Je leest alles over de discipline in dit kennisdossier.


Competitieve trektochten

TREC is een discipline die ontstond in de jaren ’80 in Frankrijk uit een test die oorspronkelijk bedoeld was voor ruitertoeristen die in Frankrijk zonder gids trektochten wilden maken. Rijscholen gingen vervolgens met elkaar competities aan om de testen zo goed mogelijk afleggen en daaruit ontstonden echte wedstrijden. De term TREC is dan ook een acroniem voor het Franse ‘Techniques de Randonnée Equestre de Compétition’. Vrij vertaald naar het Nederlands betekent dat ‘trektochten rijden in competitief verband’.

TREC is vooral gericht op recreatieve ruiters en wil behendigheid, doorzettingsvermogen, vertrouwen tussen ruiter en paard, kalmte, controle en communicatie stimuleren. Elke TREC-wedstrijd bestaat uit drie onderdelen, daarom wordt de discipline ook wel eens ‘recreatieve eventing genoemd’. De drie onderdelen zijn een oriëntatieproef, een gangenbeheersingsproef en de terreinrit of behendigheidsproef. Soms worden deze onderdelen gesplitst over twee wedstrijddagen. Het meer recreatieve karakter van de wedstrijden kan misleidend zijn: ook voor een TREC-wedstrijd moet een paard voorbereid worden. Paarden moeten een goede conditie hebben, ze moeten een basis dressuur kennen en natuurhindernissen zonder aarzeling kunnen nemen.

Tot slot: TREC kan gereden worden door zowel ruiters als menners!

Oriëntatieproef

De oriëntatierit of POR (parcours d’orientation et de régularité) wordt als eerste gereden. Tijdens deze proef rijd je binnen een bepaalde tijd een parcours met kaart en kompas. Dat wil zeggen dat de route nooit aangegeven staat. In plaats hiervan krijg je 20 minuten voor de start van de proef een moederkaart waarop de route staat die je moet rijden. Deze route moet je zelf overtekenen op een blanco kaart en enkel deze kaart mag je meenemen. Teken je je route verkeerd op je kaart en rijd je dus verkeerd, dan kost dit je punten. Of je de juiste route neemt, wordt gecontroleerd door middel van controleposten waar je moet stoppen.

Nog een addertje onder het gras: terwijl jij binnen de route overtekent, moet jouw paard buiten rustig aangebonden staan wachten. Wil je paard niet rustig wachten, dan moet je zelf iemand voorzien die bij je paard blijft. Als jouw paard lastig wordt tijdens het tekenen, moet je zelf je paard gaan kalmeren, maar de twintig minuten die je krijgt om de kaart over te tekenen, lopen gewoon door terwijl jij buiten bent.

Gangenbeheersingsproef

Na de oriëntatierit volgt de gangenbeheersingsproef of MA (maîtrise des allures). Tijdens deze proef moeten de deelnemende ruiters volledige controle kunnen tonen over de gangen van hun paard binnen een gemarkeerde baan of piste van ongeveer twee meter breed en 100 à 150 meter lang.

Het doel? Op de heenweg zo traag mogelijk galopperen en op de terugweg zo snel mogelijk stappen. Hoe langzamer je galoppeert, des te minder strafpunten. Je kan tot 30 punten houden (of verliezen). Voor de stap geldt het zelfde: hoe sneller je kan stappen, zoveel te minder punten verlies je.

Behendigheidsproef

De wedstrijden bestaan tenslotte uit een behendigheidsproef of PTV (parcours en terrain varié). Tijdens dit laatste onderdeel worden paard en ruiter getest op gehoorzaamheid, bereidwilligheid, souplesse, regelmaat en wederzijds vertrouwen doordat ze een parcours moeten afleggen met 16 tot 18 natuurhindernissen. Dat zijn hindernissen die je ook zou kunnen tegenkomen tijdens een trektocht in de natuur.

De organisatie van een wedstrijd kan voor deze proef kiezen uit 35 verschillende soorten hindernissen, zoals het springen van een boomstam en het openen van een hek, het laten stilstaan van je paard, door water stappen of onder laaghangende takken doorrijden. Sommige hindernissen moet je afleggen met je paard aan de hand.

De regel is dat je mag kiezen in welke gang je een hindernis aflegt, maar bij bepaalde hindernissen kun je punten verdienen als je ze aflegt in een vooraf bepaalde gang. Bij dit onderdeel van de wedstrijd geldt bovendien dat je een hindernis niet moet doen, maar je kan dan ook geen punten verdienen voor deze hindernis.


Wedstrijden

Zoals binnen elke competitieve discipline zijn er ook binnen TREC verschillende wedstrijdniveaus. Je start een wedstrijd op elk niveau altijd met 460 punten en bij alle drie de onderdelen kan je strafpunten krijgen. Het doel is dus om aan het einde van de wedstrijd zoveel mogelijk punten over te houden. De vijf niveaus worden aangeduid met de letter T en zijn genummerd van 1 tot 5: 

  • T1: initiatieklasse 
    POR 12 / 20 km, PTV: 8 à 14 hindernissen (80 cm)

  • T2: beginnersniveau competitie en kwalificatieniveau voor T3 
    POR 20 / 30 km, PTV 12 à 16 hindernissen (80 cm)

  • T3: competitieniveau (nationaal) en kwalificatieniveau voor T4 
    POR 35 km, PTV 16 hindernissen (90 cm)

  • T4: internationaal instapniveau 
    POR 45 km, PTV 16 hindernissen (100 cm)

  • T5: kampioenschap (e.g. Europees) / internationaal competitieniveau 
    POR 45 km, PTV 16 hindernissen (100 cm)


De drie eerste niveaus mogen altijd in teamverband gereden worden. Ruiters die deelnemen aan niveau T4 rijden steeds individueel, maar kunnen wel deel uitmaken van een landenteam. Zoals je ziet worden alle drie de onderdelen steeds uitdagender naarmate het niveau stijgt. Dat wil ook zeggen dat de trajecten moeilijker worden (T1 – duidelijke paden, T5 – buiten vaste paden, topografisch moeilijk), de snelheden hoger en de afstanden verder, er moeten meer hindernissen genomen worden en de hindernissen worden hoger.

Om mee te doen aan de TREC-wedstrijd moet je niet aangesloten zijn bij een vereniging en ben je niet verplicht een brevet te behalen. Je kan dus zo starten (niveau T1). Wel moet je in Vlaanderen minstens een recreatieve vergunning aanvragen bij VLP en moet de immatriculatie van je paard in order zijn. Paarden die deelnemen aan TREC-wedstrijden moeten bovendien minstens vier jaar oud zijn voor niveau T1 en T2. Starten op niveau T3 en T4 kan enkel met een paard dat vijf jaar oud is.

Wil je je inschrijven of heb je nog vragen? Je kan terecht bij Saskia Willems, verantwoordelijke voor TREC bij de Vlaamse Liga Paardensport. Zij is te bereiken via het telefoonnummer 09/274 10 43 of via e-mail: saskia@vlp.be

Bronnen: VLP | KHNS | Bit Magazine | Bokt.nl

Foto's: Julie Verstraete

Deze tekst werd nagelezen door Julie Verstraete, TREC-ruiter niveau T5.

edit afsluiten